De 15 -daagse verwachting van het neerslagtekort , door het KNMI berekend, nadert in korte tijd de recordlijn van 1976. Zonder beregening komt de gewas-en grasgroei hoogstwaarschijnlijk tot stilstand , afhankelijk van de grondsoort en de bodemvocht toestand. De eerstkomende dagen is er met name in het zuiden kans op een onweersbui.

Maar de stroming blijft onveranderlijk continentaal. Zodra het huidige hogedrukgebied boven de Oostzee invloed verliest, volgt een nieuw hogedrukgebied en daarop volgend waarschijnlijk nog één. Zoals het er nu naar uitziet houdt dit patroon met (zeer) warm weer voor de tijd van het jaar aan tot minstens eind mei.

Grote verschillen in bodemvocht

Door de uitbundige zonneschijn, de droge lucht die wordt aangevoerd en zomerse maximumtemperaturen boven de 25 ºC droogt de grond snel uit. Het gebrek aan bodemvocht  stijgt op de zandgronden in het oosten en zuiden het snelst. De verschillen in bodemvocht  zijn door het grillige neerslagpatroon in april en begin deze maand groot.  Klik hier voor het neerslagoverzicht tot nu toe deze maand.

Koele nachten

Benauwd en plakkerig weer  door een hoge relatieve luchtvochtigheid komt voorlopig niet voor in de berekeningen. De nachten zijn relatief koel, met minimumwaarden tussen de 10 en 15 ºC. Door de warmte overdag buiten de stal te houden en ’s nachts de stal binnen te laten, blijft hittestress beperkt. Voor melkvee is weidegang ’s avonds en ’s nachts aangenaam, terwijl goed geïsoleerde stallen in de middag bescherming bieden tegen het intense zonlicht.