De vroeg gestarte lente krijgt volgende week waarschijnlijk een flinke tik. Op het land verslechteren de omstandigheden in de eerste helft van april vermoedelijk aanzienlijk.

Maar tot en met zaterdag knapt het weer telkens verder op, na de tegenvallende ‘maartse buien maandag’ van gisteren met veel wind. Zoveel is vrijwel zeker. Dat biedt akkerbouwers de gelegenheid uien en suikerbieten te gaan zaaien, als niet alleen de toplaag van de bodem maar ook de ondergrond voldoende is opgedroogd. Op zware gronden waar meer dan 100 mm regen is gevallen zal de omvang van de verdamping niet toereikend zijn. Want eerstkomende dagen heeft de zon moeite om door te breken, ondanks de stijgende luchtdruk.

Grote temperatuurschommelingen

Tegen het einde van de week wordt de zwakke tot matige wind zuid, als de kern van het hogedrukgebied dat nu nog boven de Britse eilanden ligt, verschuift naar Centraal Europa. Reikt de temperatuur langs de zuid-en oost grens dankzij toenemende zonneschijn dan waarschijnlijk weer tot bijna 20 gr C, zondag  en maandag stijgt het kwik niet verder meer dan maximaal 10 gr C. Grote schommelingen in temperatuur kenmerken het voorjaar en dat zal dit jaar niet anders zijn.

Lage barometerstand

De dagen daarna neemt bovendien de regenkans toe en zakt de maximumtemperatuur nog iets verder. Zware nachtvorst wordt er nog niet berekend. Tegen het einde van volgende week verschijnen er kletsnatte neerslagkaarten in beeld en daalt de barometerstand waarschijnlijk weer naar waarden onder de 1000 mbar die de eerste helft van maart kenmerkten.